Het jaar 1932:
“De Vlaamse tirannie!
“Verzet u tegen de Vlaamse overheersing en schrijft u in bij het verbond tegen de vervlaamsing van Brussel.”
Of deze:
“De verovering van Brussel”
“Brusselaars! De derde etappe van de knechting van Brussel aan het Vlaamse imperialisme is begonnen.”
Gearchiveerd onder: Breuklijnberichten
Het was één van mijn eerste dagen in Brussel dat ik kennis maakte met bier. Niet van dat bruisende slootwater waarmee de ‘Ollanders de wereld veroverden, maar bier. Écht bier. Bier zoals bier bedoeld is. Bier met de hand gemaakt, bier uit houten vaten, bier van bloed, zweet en tranen.
Ik had de hele dag staan verven in mijn nieuwe flatje in Sint-Gillis, een immigrantenbuurt in het zuidoosten van de stad, en ik had dorst. Zin in een pint. De buurt was mij nog onbekend, maar die ochtend was ik een café gepasseerd waar ik ooit een zondagmiddag had gezeten met mijn toenmalige vriendin, bij wie ik logeerde. Er stonden houten kisten met strips in de vensterbanken en ze hadden lekker bier wist ik nog.
“Monsieur”, begon de barman toen ik hem zei wat ik wilde drinken, duidelijk teleurgesteld in mijn gebrek aan beschaving, “een biertje bestellen is hier als een brood bestellen bij de bakker.” Het duurde even voordat ik het doorhad. Dat doe je toch ook? Maar in Brussel is het ene brood het andere niet. Laat staan het ene bier. En in café Moeder Lambic al helemaal niet want daar, zo begreep ik later, schenken ze louter en alleen ambachtelijk bier. “Oerbier”, zo stond te lezen op een geel, lichtgevend reclamebord aan de muur, “nat en straf.”
Ik stotterde wat en na een iets te lang en onbegripvol oogcontact zei ik: “doe dan maar een Duvel.” Het was het eerste Belgische bier dat me te binnen schoot. De barman trok weg als door een kwelling getroffen en ik denk nog steeds dat ik zijn linkermondhoek heb zien trillen. “Dat hebben we niet”, proestte hij uit en wees me met gestrekte arm op het krijtbord met de bieren op tap.
De bovenste leek mij wel geschikt. Guldenberg: twee euro zeventig, achtenhalf procent alcohol, van brouwerij De Ranke uit Wevelgem, een dorpje dichtbij Kortrijk ergens in de provincie West-Vlaanderen, blond en een beetje bitter. Lekker. De barman herpakte zich en bleek niet de beroerdste. Hij wist ervan en vertelde enthousiast. Die bitterzoete smaak, vertelde hij, komt van een speciaal soort hop en van de toevoeging van kandijsuiker. En Duvel! Duvel is industriebier. Het is beursgenoteerd, notabene. En daarmee was alles gezegd.
Gearchiveerd onder: Brussel
Soms, heel soms, heb ik heimwee naar Amsterdam. En soms niet. Soms heb ik het tegenovergestelde van heimwee. Zoals gisteravond.
Ik zat op het terras met mijn goede vriend Paul Teule en een welverdiende pint na een lange dag in het café achter de computer. We zaten bij ons buurtcafé Maison du Peuple aan het rommelige marktplein van Sint-Gillis dat geflankeerd is door een kerk, van waarachter de zon zich voor de laatste keer laat zien op een vroege avond in februari. Het was mijn tweede terrasje van het jaar.
“FOK OUWE, JIJ BENT GEENEENS EEN JOOD!”, brieste een opgefokte tiener tegen een van zijn minstens zo opgefokte maten toen die opeens voorbij denderden, alle drie met zo’n overdreven kordate stap van iemand die belangrijk en te laat is. Nederlanders. In het buitenland. Aan de speed. Vlak voor een Europa League wedstrijd van Anderlecht tegen Ajax.
Waar kwam dat opeens vandaan? We zaten nog wat beduusd te kijken naar het groepje vuilbekkende landgenoten toen ze werden teruggeroepen door een vierde, die zojuist de metro had verlaten. Plots waren het er tien, vijftien, twintig. Allemaal even opgefokt. En er was duidelijk iets gaande.
Onenigheid. Ze begonnen wat te springen en te schreeuwen en te duwen onderling. Alsof ze op het Leidseplein stonden na een nederlaag tegen Feyenoord. Ze hadden geen enkel benul van de mensen die er, tot voor kort, rustig in de schemering het einde van de dag zaten te vieren. Paul en ik schoven een tafeltje naar achter. Een van de dolgedraaide tieners greep mijn lege glas en keilde het naar de overkant. Een ander pakte de stoel waar ik eerder nog op zat en smeet het dezelfde kant op.
Het zag er niet uit. Zelfs voor een vechtpartij. Helden op sokken. Ze zwaaiden maar wat rond met hun armen en trapten elkaar met de binnenkant van de voet, zoals je doet voor een pass over tien meter. Het was veel geschreeuw en borstgeklop. “PLEITE! PLEITE!”, schuimbekte er een in een moment van opmerkelijke bedachtzaamheid toen hij begreep dat de politie inmiddels wel gebeld zou zijn. Een paar laatste verwensingen en ze dropen af, het ongedierte.
De volgende pintjes bestelde ik maar in het Frans.
Een zestigtal Roma-families uit Kosovo slapen sinds een maand of twee op het Noordstation in Brussel. Omdat de reguliere asielopvang overvol is. En ze zijn niet alleen. Geschat wordt dat er zo’n 6000 asielzoekers in heel België op straat leven. En er komen meer aan. Ondertussen wordt het winter…
Klik hier of op de foto voor een audio/foto slideshow van een interview met Yasim, een 16-jarige asielzoeker uit Kosovo–die niet op de foto wilde–en foto’s ter plekke (alle foto’s zijn (c) van Jorden van der Ven):
Gearchiveerd onder: Radio
Kiekevretters. Of de geschiedenis van Brussel in 1 minuut.
(wat zegt de Brusseleir? wie het weet mag het zeggen.)
Bart de Wever staat bekend om veel dingen. Zijn vadsige lijf, zijn kurkdroge, cynische humor, zijn vlijmscherpe debatteren, zijn uitgebreide algemene kennis, of zijn voorliefde voor de oude Romeinen. “Nil volentibus arduum”, sprak hij de uitzinnige menigte toe, in de feestzaal in Brussel op de verkiezingsavond van zijn Nieuw-Vlaamse Alliantie vorige zondag. “N-VA staat vandaag voor nil volentibus arduum: voor hen die willen is niets onmogelijk.”
De N-VA behaalde een monsterscore. Negen jaar geleden verrezen vanuit de brokstukken van de oude Volksunie; drie jaar geleden nog niet levensvatbaar; en nu de grootste partij van Vlaanderen, ja zelfs van België, met bijna dertig procent van de stemmen.
De one-liner lijkt op die van Wilders, die zich na de verkiezingen in Nederland ook het onmogelijke toeëigende. Maar daar eindigt de vergelijking. De salonfähige separatisten van de N-VA zijn niet xenofoob, niet anti-Islam, niet anti-Europa, niet onbeschoft, en economisch niet linkser dan D66. Ze willen op geen enkele manier vergeleken worden met het Vlaams Belang.
Sterker, hun nationalisme is eerder van het softe soort. “Humanitair nationalisme” noemen ze het zelf: “de eigen culturele identiteit beschermen” door middel van inburgering, maar ook “het anders-zijn van mensen en groepen tolereren en ten volle aanvaarden”. “Discriminatie”, zo verklaart het partijmanifest, “mag niet onbestraft blijven.”
Fascisten zijn het al evenmin. Integendeel, het zijn verklaarde pacifisten. “Vlaanderen dient zich toe te leggen op conflictpreventie, eerder dan op defensie”, leest het manifest verder. “Het moet wereldwijd actief opkomen voor de rechten van de mens en het voortouw nemen in de geweldloze strijd voor de emancipatie van alle verdrukte volkeren.”
En soms zijn het gewoon grijze-wollen-sokken-dragers: ze willen naast bodem-, lucht- en waterverontreiniging ook licht-, geur- en geluidshinder aanpakken; kinderopvang en leerplichtonderwijs moeten gratis zijn; en “niet enkel de economische kost van goederen moet in de prijs verrekend worden, maar ook de sociale, ecologische, culturele en maatschappelijke kost”.
Skinheads liepen er dan ook niet rond. Behalve het leger opdringerige journalisten leken het allemaal beschaafde mensen. Onderzoek van de VRT toonde dat de nieuwe N-VA stemmers overal vandaan komen, zelfs van de groenen. Ook jongeren blijken aangetrokken. De kijkers van de muziekzender MTV hadden de Wever vorige week nog uitgeroepen tot “coolste politicus van Vlaanderen”.
Wat nu? Een separatist als premier? Dat gaat zelfs de Wever te ver. Hij gebruikt het liever als ruilmateriaal in de onderhandelingen met de Parti Socialiste, die zijn hegemonie in Wallonië meer dan verstevigde. Het is hun leider, Elio di Rupo, die de nieuwe premier van België wordt. Hij is homo, zoon van Italiaanse immigranten en Franstalig. En ook dat leek nog niet zo lang geleden onmogelijk.
Het is weer eens crisis in België. 13 juni zijn er vervroegde verkiezingen en de Vlaamse separatisten doen het goed in de peilingen. De Nieuw-Vlaamse Alliantie van de populaire politicus Bart de Wever zou volgens een recente peiling de grootste worden. Reden voor de échte Belgen om zich te laten horen, zondag 16 mei in Brussel, waar een manifestatie plaats vond voor de eenheid van het land.
Een radioreportage over egoïsten, fascisten, Belgicisten en waarom Brusseleirs kiekevretters zijn.
Een uitstekende stoomcursus in de ondoordringbare jungle van de Belgische twisten. Van ARTE TV, in het Frans.
Fascisten zijn het, die Vlamingen. Nazi’s. Altijd al geweest. In de oorlog waren ze ook al fout. Stelletje collaborateurs. En nu weigeren ze drie democratisch verkozen burgemeesters te benoemen. Alleen omdat ze franstalig zijn. En omdat ze oproepbrieven voor de verkiezingen in het Frans hebben verstuurd in gemeentes die toevallig in Vlaanderen liggen, net buiten Brussel. Terwijl de grote meerderheid er franstalig is. De laatste keer dat zoiets gebeurde was onder de Duitse bezetting.
Egoïsten zijn het. Wij hebben ze 130 jaar lang financiëel ondersteund, toen zij nog in de klei lagen te modderen en wij een wereldmacht waren. Solidariteit heet dat. En nu het bij ons wat minder gaat, en bij hun wat beter, willen ze van ons af. Gierigaards. 30% stemt voor onafhankelijkheid! Terwijl ze jarenlang federale staatssteun hebben ontvangen. Voor de haven van Antwerpen en de haven van Zeebrugge bijvoorbeeld. Onterecht. Wij hadden dat geld moeten krijgen. Wij hebben het veel meer nodig.
Nationalisten, dat zijn het. Ze laten alleen nog maar hun eigen soort mensen toe, onder het motto van “Wonen in eigen streek”. Ze willen zelfs van Brussel weer een Nederlandstalige stad maken. Dat is hun uiteindelijke doel. Daarom willen ze de splitsing van het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde. Dan zouden franstaligen in Halle en Vilvoorde op Vlaamse politici moeten stemmen. Jean-Luc Dehaene moet de komende weken met een voorstel komen. Leuk en aardig, maar het blijft een Vlaming.
Gluiperds, die franstaligen. Je geeft ze een vinger en ze nemen de hele hand. Sinds de taalwet van 1962 hebben ze in een tiental Vlaamse gemeentes, waaronder die rond Brussel, recht op diensten in hun eigen taal. Maar ze nemen het daar stilletjes aan over. We mogen hun scholen niet eens inspecteren, terwijl wij die betalen! Ze spreken geen van allen Nederlands en stemmen allemaal FDF, tot voor kort het Front des Francophones. Brussel hebben ze ook al veroverd. Dat was honderd jaar geleden een Nederlandstalige stad. Hoe zouden zij het vinden als wij met z’n allen net over de grens gingen wonen? En dan zeggen: zo, nu spreekt men hier Nederlands.
Jaloerse vlerken. Ze botvieren gewoon hun gekrenkte superioriteitsgevoel. Jarenlang hebben ze ons onderdrukt. Het Nederlands werd in 1898 pas een officiële taal. En tot lang daarna bleven zij alle hoge posities bekleden. Arme soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn gesneuveld omdat ze de orders van de commandant niet begrepen. Ze kunnen het gewoon niet hebben dat we nu ons mannetje staan.
Werkschuwe dronkelappen. De werkloosheid ligt daar bijna twee keer zo hoog. De productiviteit weer twee keer zo laag. Geen wonder dat hun economie niet vooruit te branden is. Laat staan de politiek. Incompetente zakkenvullers. En daar moeten wij voor betalen? Dat doen we al 160 jaar. Het is mooi geweest. Als ze nou eens Nederlands zouden leren. Misschien dat ze dan een baan zouden vinden. Maar nee, dat is te veel moeite. Stelletje luie parasieten zijn het.
Zucht.
Gearchiveerd onder: Europa
Dit is geen nieuws. Het is alweer meer dan een week geleden, maar sluit zo mooi aan op mijn vorige post over de apenrots in het Europees parlement. Daniël van der Stoep, europarlementslid voor de PVV, vraagt tijdens het traditionele vragenuurtje met Barroso, de president van de Europese Commissie, om opheldering over zijn declaratiegedrag.
Of dat terecht is of niet laat ik in het midden, maar let op wat er gebeurt als hij klaar is met spreken. Spoel door naar ongeveer 2min50. Martin Schultz, fractievoorzitter van de Europese socialisten en één van de oude alfa’s in het halfrond, laat zijn status gelden door vanuit beneden in de pit onverstaanbare geluiden de kant van Van der Stoep op te slingeren. De jonge uitdager, geflankeert door zijn groepsgenoten, lijkt niet onder de indruk. Dat kan je zien aan de wilde armbewegingen, die in dit soort situaties duiden op ondermijning van het traditionele gezag van de oude alfa.




